Kapper : Gouden zaken

kapper

Gisteren was ik bij de kapper in het dorp. Om de twee maanden is dat een ritueel.

Panaiotis is de naam. Een late dertiger, begin veertiger, met een brede belangstelling voor allerlei thema’s, zoals de meeste kappers. En, ook een nieuwsgierige babbelaar, zoals de meeste kappers.

De kapper is, ook voor mannen, een plek om nieuwsjes te wisselen, te chatten, het dorp te kennen en nieuwsjes te vergaren.

Het eerste wat hij deze keer aan me vroeg was of ik Duits sprak. Hij was nl. begonnen om de Duitse taal onder de knie te krijgen. Dus, terwijl ik mijn haar liet wassen ging het eerste gedeelte van ons gesprek over talen en het belang er van. Hij moest me ook even laten horen hoe goed hij al sprak : ‘Wie alt bist du ?’. Op z’n Grieks uitgesproken had het iets schattig lachwekkends.

Ik leerde verder dat Griekse kinderen als tweede taal konden kiezen uit Engels of Frans. Hij hoopte dat hij, door een andere taal te leren, op zijn leeftijd, zijn kinderen zou inspireren en motiveren in het besef dat vreemde talen wel erg belangrijk zijn.

Dat bracht  ons natuurlijk naadloos bij hét thema van iedereen hier : de vluchtelingen. Maar ook de vele vrijwilligers die nu het dorp bevolken en waarbij er een nieuw soort toerisme is ontstaan. Al die helpers moeten immers ook eten, slapen, even ontspannen en naar de kapper !

Het was me al opgevallen op mijn wandeling naar het kapsalon hoeveel beweging er in het dorp nog wel was. En dat voor half november ! Het leek wel zomerseizoen.

De koffiebars die anders nu gesloten zijn, draaiden nog op volle toeren. Supermarktjes,  die vaak enkel in het toeristisch seizoen openen, waren nog altijd actief. Zelfs de autoverhuur en scooter-rental van Kosmos was nog steeds open.

Mijn kapper vertelde, met een knipoog, dat hij gisteren nog 3 ‘mooie’ Amerikaanse meisjes geknipt had. En, terwijl ik daar in de stoel zat, kwam er nog een nieuwe vrijwilliger, uit een ondefinieerbaar land, een afspraak maken voor een ‘haircut’.

De hele wereld, met zijn diverse verhalen en avonturen, passeert deze dagen door de handen van Panaiotis. Hij was er zichtbaar ook trots op dat ze zijn kapsalon (het enige in het dorp) wisten te vinden.

Voor hem en voor de handelaars in Molyvos zijn het gouden tijden. Een seizoen, na het toeristisch seizoen. Volgens Panaiotis staat Lesbos nu op de wereldkaart en zal het zo zeker toch nog een drietal jaren duren. Er zullen misschien minder toeristen komen…

Maar de vluchtelingen én de bijhorende vrijwilligers zullen blijven komen. ‘Tenzij het oorlog wordt’, zegt hij terloops er bij… Onrustige en onzekere tijden, als deze, zijn ook vroeger het begin geweest van wereldoorlogen, volgens hem.

We hadden het nog over koetjes en kalfjes, en – zoals gebruikelijk- over het goede weer, wat maar blijft aanhouden. Nooit gezien dat het in november nog 25° kan zijn en dan vooral zonder wind, aldus zijn expertise. ‘God heeft het goed voor met deze vluchtelingen’ is zijn analyse van dit fenomeen.

Ondertussen gaat de telefoon weer voor een nieuwe afspraak met een vrijwilliger. Bij het afrekenen zie ik dat zijn afsprakenboekje vol staat. God is ook de kappers van Lesbos goed gezind.

En… mocht het dan toch oorlog worden ?

Panaiotis zal daartegen al een aardig woordje Duits kennen !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *