Joepie ! Minder huisvrouwen.

huisvrouw stereotype beeld

In de aanloop naar de jaarlijkse vrouwendag kwam het VRT-journaal met een bijzonder tendentieuze reportage over het dalend aantal ‘huisvrouwen’ (de naam alleen al ) Op een triomfantelijke wijze werd getoond, dat sinds de jaren negentig er een forse daling werd vastgesteld van 900.000 tot pakweg 200.000 ‘huisvrouwen’. ‘Goede tendens’, commentarieerde de bijgehaalde dame uit een of andere vrouwenorganisatie. Want er waren nu meer echtscheidingen en dat betekende dat vrouwen economisch onafhankelijker konden staan dan mannen !

Is het mijn blinde vlek, of de hare ? Maar ik denk dat echtscheidingen er ook vaak net komen omdat partners en gezinnen geen tijd meer in elkaar investeren. De verhouding werkdruk en gezin is al een thema dat jaren voor verhitte discussie zorgt. De vrouwenvereniging Fema voert daarom zelfs de 30-urige werkweek in, mét behoud van loon.

Jammer ook voor de huidige 200.000 ‘huisvrouwen’, want zij zijn toch wel degenen die  niet norm-aal zijn ! De normen zijn nu kennelijk anders, domme wichten ! Doe niet langer zo ‘truttig’ ! Ga écht werken !

Met andere woorden : ze moeten dringend hun kookpotten en stofzuiger laten voor wat ze zijn, en elders aan de slag. Zo kunnen ze dan een ‘kuisvrouw’ nemen ipv. ‘huisvrouw’ te zijn.

Een drukke agenda er op nahouden, een tweede auto, een kinderoppas, een crèche, een Poolse tuinman, een fitness abonnement en familiehulp voor de behoeftige ouders ! En, oh ja, een burn out ook nog,natuurlijk.

Is dat de norm ? Dan hoor je er bij ? Dan tél je mee ?

goddelijke huisvrouw

Waarom zouden vrouwen niet mogen kiezen om ‘thuiswerkende vrouw en moeder’ te zijn ? Wat is er zo minderwaardig aan ? Heel wat onmisbare mantelzorg, zorg voor kleine kinderen, sociale contacten, vrijwilligerswerk, burenhulp, cohesie binnen een samenleving, gebeurt nog door deze vrouwen. Zorgen voor een ‘thuis’ waar er nog samen gegeten wordt op tijd en stond en waar er nog tijd is voor communicatie, is van onschatbare waarde. Ook voor kinderen en zeker ook voor partners onderling.

Op het Nederlandse tv.-programma Eén Vandaag, was er gisteren nog een reportage over de nostalgie naar vroeger, toen ‘geluk nog heel gewoon was’ en er nog niet alle prikkels waren van nu. Toen mensen nog lang zaten te praten en gezelschapsspelletjes speelden…

Aandachtigheid en Aanwezigheid is wat er terug op tafel moet ! Om nog maar te zwijgen van de psychologische effecten van een ‘ écht aanwezige en betrokken’ moederfiguur in de eerste 3 levensjaren van kinderen (cfr. mijn boek ‘Alles is herinnering’) die bijdraagt tot een goede hechting, basaal vertrouwen en latere stabiele volwassenen !

De rol van deze moderne ‘huisvrouw’ moet niet meer hetzelfde zijn, als uit (groot)moeders tijd ! Hij moet juist geherwaardeerd en gehonoreerd worden. Een update en facelift naar deze tijd is allicht nodig. Zullen we ‘huisvrouwen’ voortaan ‘homemanager’ noemen ? Met netwerken van thuiswerkenden, eigen forum, financiële ondersteuning, vrije tijd, politieke en maatschappelijke erkenning e.a.

Het gaat dus niet om procenten, maar om centen ! De economie heeft vrouwen nodig. Ook al verdienen ze dan discriminerend 10% minder dan mannen. Nog steeds ! Het economische fundamentalisme wordt iedereen door de strot geduwd en ‘onze lieve vrouwen van Vlaanderen’ blijven dat maar doorslikken ?

Het feminisme is m.i. misbruikt om economische redenen en niet om ‘gelijkwaardigheid’ te bekomen. Vrouwen die er voor kiezen om zorgzaam thuis te werken, zijn even gelijkwaardig als degenen (of het nu mannen of vrouwen betreft) die ‘kiezen’ om een carrière uit te bouwen met alle voor- en nadelen erbij.

Laat dat duidelijk zijn ! Laat ons dat terug duidelijk stellen in de media en overal. De maatschappelijke discriminatie van (ondertussen) deze nieuwe minderheid moet stoppen! Homemanagers verenig jullie…

De gezondste keuze is aan de volwassen vrouw zélf, toch ?

___________________________________________

de gelukkige huisvrouw roman

!  onderzoek Raboud Universiteit Nijmegen : Laat kinderen eerste levensjaar thuis

 

Boosheid mag & moet !

boosheid

 

Naar aanleiding van het overlijden van mijn broer merkte ik hoe boos ik nog was om gemiste kansen en  andere… (zie ander bericht)

Een aanleiding om het nog eens over een emotie, als een ander, nl. ‘boosheid’ te hebben. Ik heb er in mijn professionele carrière natuurlijk constant mee te maken gehad, net zoals met verdriet. Twee emoties die niet mogen of kunnen in een snelle samenleving blijkbaar. Ze remmen teveel af. Daardoor komen mensen dan ook dikwijls in problemen en belanden ze bij de therapeut.

Het is niet eenvoudig om, in een samenleving waarin er zulke taboegevoelens zijn, toch tegen de stroom én je eigen emotie in te gaan. De mensen die eenzijdig de ‘liefde’ en de ‘vriendelijkheid’ prediken zouden moeten weten dat er altijd twee kanten aan eenzelfde medaille zijn. Er is ook geen liefde zonder boosheid en omgekeerd. Er is geen dag zonder nacht. Geen regen zonder zon.

Wie boos is op een ander zegt ook : ‘Jij bent belangrijk’, ‘Je laat me niet onberoerd’, ‘Wat je doet of zegt raakt me’… Als je echter geleerd hebt dat liefde en boosheid NIET samengaan, heb je het hier best moeilijk mee. Er zijn immers geen ‘tegenstrijdige gevoelens’. Die strijd maak je zélf. Sorry dames, want jullie hebben het hier het moeilijkst mee, vanuit het sociale rolpatroon.

Teveel mensen zien boosheid als een vorm van afwijzing. Dat stamt allicht uit een aangeleerd en ver persoonlijk verleden. Reken er dus mee af !

In de liefde, dus elke vorm van boosheid vermijden of uit de weg gaan, is dan ook vernietigend voor die liefde zélf. Het ene kan immers niet zijn zonder het andere.

mandela boosheid

Agressie is natuurlijk iets anders dan boosheid. Er is dus een grens. Agressie gaat om veel meer. Om zaken die dikwijls niet meer met de feiten of de betrokken relatie en persoon te maken hebben. Het is vaak een blinde projectie van jarenlange frustratie en ellende op iemand, die het niet verdient.

Boosheid, ongenoegen, irritatie uiten over een gedrag, een uitspraak of zelfs een stilzwijgen (ook communicatie) daarentegen is/kan juist die relatie duidelijker, eerlijker en oprechter maken. Willen we dat niet allemaal ? Je kan dus geen omelet bakken zonder een ei te breken !

Het zijn de ‘binnenvetters’- die hun boosheid en ongenoegen inslikken- die er net een bom van agressie van maken en vroeg of laat ontploffen. Zelfmoord is daar een voorbeeld van. Dit is dan destructief en vernietigend. Het is dan onbewust en ongewild van ‘kwaad naar erger’ gegaan.

En dit is meestal niet meer te herstellen. Boosheid is dat wél. En ze verdwijnt dan ook door ze ‘vorm te geven’, te uiten. Dat kan op diverse manieren. Door te zeggen, te schrijven (mijn blog bv.), te sporten, te poetsen (poetswoede), in de tuin te werken enz.

Maar als je (nog) wat wil (en kan) veranderen aan de situatie en relatie kan je het misschien best zeggen ! Daar is moed en tijd voor nodig. Twee dingen die we niet altijd opbrengen voor iets wat best moeilijk is.

Een eitje pellen is echter beter dan de kop afhakken.

ballon boosheid

Onszelf ‘opblazen’ , als een ballon,  omwille van de lieve liefde leidt vroeg of laat tot een ontploffing. Met ernstige, soms levenslange gevolgen. Zowel bij een ontploffing binnenin (implosie) als naar buitenuit (explosie).

Laat ons in ieder geval boosheid terug een plaats geven in ons leven, naast andere gevoelens. Er bestaat niet zoiets als positieve en negatieve gevoelens. Dat is de waarde en de norm die we er zélf aan geven.

We kunnen veel agressie rondom ons voorkomen door onze boosheid en irritaties net NIET onder  de mat te vegen en eerlijk mee naar buiten te komen.

Je moet je dus niet dik maken. Laat af en toe jezelf -en je boosheid- leeglopen…

Broer overleden…

003 1956-1957  twee broertjes en moeder

Amper 2 maanden nadat we onze moeder ten grave droegen, kreeg ik vanmorgen een onthutst telefoontje van mijn vader (86j) dat mijn broer Raf vannacht overleden is… Zo onwezenlijk en onwerkelijk. Amper 60 jaar geworden. Maag- en darmbloeding en dan in het holst van de nacht aan je eind komen. Alleen. Uitgebloed. Uitgeleefd.

We hadden nooit dié sterke band, die je misschien zou kunnen verwachten van broers die maar een jaar scheelden in leeftijd. Veertien maanden om precies te zijn. Of misschien juist daarom ? We kwamen te vlug na elkaar op deze wereld. Zoals dat vroeger ging. Voor de jaren zestig en voor de pil.

Hij voelde zich altijd verongelijkt en tekort gedaan. Zijn hele leven lang. Alsof hij nog altijd treurde en protesteerde omdat hij ‘maar’ de tweede in rij was. Of omdat hij vermoedde dat mijn ouders hem ook niet echt zo gewild hadden. Ongewenst was hij niet. Maar ongewild natuurlijk wél. Mijn moeder had het beste van zichzelf, dat jaar, al een keer gegeven. Aan mij. Een tweede keer in 14 maanden voluit gaan, zal zij ook niet echt gekund hebben. Alleen fysiek al. Bovendien was ik, als baby, zelf ‘ne bleiter’ en hadden de dromen en idealen van een sprookjesachtige kinderwens ook al heel wat realistischer vormen aangenomen.

Ik heb me lange tijd schuldig gevoeld omdat ik met alle aandacht, blije en onbevangen verwachtingen en idealen en heel veel zorg was gaan lopen. Net voor hij het levenslicht zag. Hij verstond ook de kunst om dat schuldgevoel nog aan te wakkeren door zijn eeuwige slachtofferrol. Ik heb hem nooit als mijn lieve broer kunnen zien. Hij had altijd iets ‘boosaardigs’. Eeuwige slachtoffers word je op den duur ook beu. Ze eisen vooral aandacht. Ze willen altijd maar krijgen en hebben zélf niet veel te bieden. Tenzij er iets tegenover staat. En, dat wordt moeilijker met de jaren. Ik heb er zelfs een aversie voor gekregen bij anderen, merk ik. Hij was niet de broer voor wie ik passie kon voelen. Alleen degene waarvoor ik nog com-passie opbracht. Niet een gelijkwaardigheid dus.

Makkelijk praten allicht als je alles hebt gekregen als kind en de eersteling was die liefdevol werd verwacht, zul je zeggen.

Maar je hele leven lang hardnekkig blijven treuren omdat de start niet ideaal was ?! Zo maak je je leven tot één grote ellende. En dat van je omgeving eveneens. Natuurlijk kan ik er begrip voor opbrengen. Maar dat is niet hetzelfde als goedkeuring geven aan deze levensstijl. En, dat wist hij. Onze relatie was daardoor bekoeld. Hij wist dat ik vond dat hij moest stoppen met het verongelijkte kind uit te hangen. Hij wist dat ik behoefte had aan een volwassen man, als broer, met wie ik op een onkinderlijke wijze over het leven kon praten en onze besognes met elkaar evenwaardig kon delen… Hij meed me daarom allicht. Hij meed ook mijn twee andere broers. Zijn leven was toch wel het ergste. En, hij verdronk het dan ook maar in liters bier en ten-slotte in wijn.

Vanmiddag probeerde ik mijn dagelijkse gezondheidssiësta. Het lukte me niet. Ik betrapte mezelf er op dat ik tegen hem aan het praten was. In deze zinnen…

bootje

Broer Raf,

Je zal nu rust hebben. Allicht, dat hoop ik toch ! Het is vandaag Wapenstilstand in België… Je kan je wapens nu opbergen. Je ‘oorlog’ is voorbij.  Geen gevechten meer.

Ook al kwamen we uit dezelfde nest en uit dezelfde schoot, toch stonden we niet hetzelfde in het leven. Ik bevocht mijn weg en jij legde je bij de dingen neer; ging ze uit de weg. Je beklaagde jezelf er dan over als het niet lukte. Maar je had niet door dat je na elk vallen ook weer moest opstaan. Jij bleef steeds liggen. Het is bijna geen toeval dat je zo vlug onze moeder bent gevolgd in de dood. Jullie hadden altijd een haat-liefde verhouding. Je had haar nodig en je stootte haar tegelijk af. Als straf ? Omdat ze die eerste jaren niet zo ‘aanwezig’ was als bij mij ? Ja, ik was de ‘gelukzak’ ! Het is mij toegevallen. Maar jij was niet het ongelukkig manneke waarvoor je graag doorging. Je was dikwijls een keikop die niet met een afwijzing, een ruzie tussen kinderen of een ‘fout’ woord kon omgaan. Hoe dikwijls ik je als kind, en later nog als volwassene, ook achternaliep om het ‘goed’ te maken. Ook al had ik nergens schuld aan. Je bleef halsstarrig volhouden in je boosheid. Zonder te vergeten en zeker nooit te vergeven. Jij had niet mogen volharden in je treurnis. Elke échte man heeft de verantwoordelijkheid en zelfs de plicht, om met zijn gemis toch nog volwassen te worden. Niet dat kind te blijven. Jij had evenveel geboorte-rechten als ik. Jij had ook kunnen vechten voor geluk ipv. te vechten tégen alles… Je moest weten hoe ik vaak fantaseerde dat je zélf initiatief nam en naar me toe kwam met de woorden ‘ Zand erover broer, we beginnen opnieuw!’. Ik had je omarmd. Daar kunnen broers ook voor staan.  Weet je, dat ik jou, als broer ook heb gemist ? Ook ‘grote broers’ hebben kleine broers soms nodig ! Ik had je ook deel willen maken van mijn leven. Ik heb je zo vaak willen uitnodigen hier in het mooie Griekenland, wetende hoe je ook van de zon en het Zuiden hield. Ik had je binnenkort nog wel eens willen bezoeken. In een zoveelste poging tot ‘contact’.

Nu zal ik je donderdag mee ten grave dragen. Veel te snel. Je had niet zo alleen moeten doodgaan ! Vaar wel…

Toch voor altijd…je oudste broer

Bob

p.s. ik blijf nu nog alleen over uit ‘onze’ kinderfoto

______________________________________________________

Naschrift : een dag later

enveloppe

Beste broer,

Sommige mensen (zullen) vinden dat ik dat allemaal hier niet tegen je kan zeggen. Maar ik was boos gisteren. Omdat je er zo maar vanonder muist. Om de gemiste kansen de afgelopen 60 jaar. Omdat we de ‘schijn’ ophielden en meestal beleefd vriendelijk waren. Voor de lieve vrede. Terwijl we boos waren op elkaar. We hadden die dingen beter op tafel gegooid bij elkaar. We hadden beter niet zomaar alles onder de mat geveegd ,om elkaar, en onze ouders, te ‘sparen’. Boosheid hoort ook bij ‘afscheid nemen’ en niemand weet dat beter dan jijzelf.  Mensen die elkaar liefhebben zijn ook boos op elkaar, toch ? Zij doen er toe en maken immers het verschil, tegenover de on-verschilligheid. Ik heb de boosheid nu alsnog ritueel ‘afgegeven’. Ergens in de ether, waar jij nu ook bent. In het inter-netwerk… 

Geloof dus maar dat je me geraakt hebt. Dat je van belang was en dat je wél meetelde.  Ik kan nu alweer milder naar je zijn. Adieu broertje !

Ik blijf je meedragen. Niet meer op mijn fietsje naar school 55 jaar geleden. Jij bent afgestapt. Ik fiets nog enige tijd door.   x

 

Kapper : Gouden zaken

kapper

Gisteren was ik bij de kapper in het dorp. Om de twee maanden is dat een ritueel.

Panaiotis is de naam. Een late dertiger, begin veertiger, met een brede belangstelling voor allerlei thema’s, zoals de meeste kappers. En, ook een nieuwsgierige babbelaar, zoals de meeste kappers.

De kapper is, ook voor mannen, een plek om nieuwsjes te wisselen, te chatten, het dorp te kennen en nieuwsjes te vergaren.

Het eerste wat hij deze keer aan me vroeg was of ik Duits sprak. Hij was nl. begonnen om de Duitse taal onder de knie te krijgen. Dus, terwijl ik mijn haar liet wassen ging het eerste gedeelte van ons gesprek over talen en het belang er van. Hij moest me ook even laten horen hoe goed hij al sprak : ‘Wie alt bist du ?’. Op z’n Grieks uitgesproken had het iets schattig lachwekkends.

Ik leerde verder dat Griekse kinderen als tweede taal konden kiezen uit Engels of Frans. Hij hoopte dat hij, door een andere taal te leren, op zijn leeftijd, zijn kinderen zou inspireren en motiveren in het besef dat vreemde talen wel erg belangrijk zijn.

Dat bracht  ons natuurlijk naadloos bij hét thema van iedereen hier : de vluchtelingen. Maar ook de vele vrijwilligers die nu het dorp bevolken en waarbij er een nieuw soort toerisme is ontstaan. Al die helpers moeten immers ook eten, slapen, even ontspannen en naar de kapper !

Het was me al opgevallen op mijn wandeling naar het kapsalon hoeveel beweging er in het dorp nog wel was. En dat voor half november ! Het leek wel zomerseizoen.

De koffiebars die anders nu gesloten zijn, draaiden nog op volle toeren. Supermarktjes,  die vaak enkel in het toeristisch seizoen openen, waren nog altijd actief. Zelfs de autoverhuur en scooter-rental van Kosmos was nog steeds open.

Mijn kapper vertelde, met een knipoog, dat hij gisteren nog 3 ‘mooie’ Amerikaanse meisjes geknipt had. En, terwijl ik daar in de stoel zat, kwam er nog een nieuwe vrijwilliger, uit een ondefinieerbaar land, een afspraak maken voor een ‘haircut’.

De hele wereld, met zijn diverse verhalen en avonturen, passeert deze dagen door de handen van Panaiotis. Hij was er zichtbaar ook trots op dat ze zijn kapsalon (het enige in het dorp) wisten te vinden.

Voor hem en voor de handelaars in Molyvos zijn het gouden tijden. Een seizoen, na het toeristisch seizoen. Volgens Panaiotis staat Lesbos nu op de wereldkaart en zal het zo zeker toch nog een drietal jaren duren. Er zullen misschien minder toeristen komen…

Maar de vluchtelingen én de bijhorende vrijwilligers zullen blijven komen. ‘Tenzij het oorlog wordt’, zegt hij terloops er bij… Onrustige en onzekere tijden, als deze, zijn ook vroeger het begin geweest van wereldoorlogen, volgens hem.

We hadden het nog over koetjes en kalfjes, en – zoals gebruikelijk- over het goede weer, wat maar blijft aanhouden. Nooit gezien dat het in november nog 25° kan zijn en dan vooral zonder wind, aldus zijn expertise. ‘God heeft het goed voor met deze vluchtelingen’ is zijn analyse van dit fenomeen.

Ondertussen gaat de telefoon weer voor een nieuwe afspraak met een vrijwilliger. Bij het afrekenen zie ik dat zijn afsprakenboekje vol staat. God is ook de kappers van Lesbos goed gezind.

En… mocht het dan toch oorlog worden ?

Panaiotis zal daartegen al een aardig woordje Duits kennen !